woensdag 28 september 2011










Er was eens een nijlpaard,
"Kijk pap, ik heb een mooie tekening gemaakt"! "Zo, dat is een mooie...uh...een mooie...even denken...NIJLPAARD". "Knap van jou hoor". Zei vader. "Dat-is-geen-nijl-paaaard"!  Zei het meisje beledigd en onbegrepen. "Oh, wat is het dan" zei vader? "Gewoon". Antwoordde zij en keerde hem de rug toe. Lang gelden kon hij net zo denken als zijn prinsesje. Gewoon op zijn gevoel. Het stelde niks voor, het hoefde ook niks voor te stellen. Het was gewoon een tekening, verder niks. Maar nu was hij gegroeid, ze hadden hem veel geleerd op school. En hij had veel geluisterd naar grote mensen die zeiden:  "Kijk, het zit zo" of "luister goed, naar wat ik nu ga zeggen". Weer andere grote mensen gaven hem een methode en nog weer anderen een systeem en er waren er zelfs bij die hadden voor hem de oplossing. Zo leerde hij meer en meer. Bij elke les werd hij van kinds af aan steeds meer een groot mens. Hij werd een wijze vakman. Eén brok kennis en ervaring. Hij kon een ontwerp uitleggen, en elke lijn motiveren. Zijn argumenten waren helder en overtuigend. Totdat op een dag het kleine prinsesje hem wakker kuste uit een lange betoverde slaap. Nu zat hij ineens tegenover drie echtparen-buren van elkaar-waarvoor hij een gezamenlijk tuinontwerp maakte. Zes grote mensen zaten tegenover hem en hadden precies uitgelegd wat ze wilden en in wat voor stijl. Maar nu had hij had zijn gevoel gevolgd en totaal iets anders ontworpen dan wat ze hem hadden gevraagd. Hij liet bedeesd het ontwerp zien en was bang dat ze "NIJLPAARD zouden roepen". Maar ze werden er juist heel blij van. Hij hoefde het niet eens uit te leggen, het was gewoon een tekening. Hij luisterde daarna nooit meer naar grote mensen en leefde nog lang en gelukkig. Dit verhaal was natuurlijk maar een sprookje, want grote mensen bestaan helemaal niet.
Geschreven door Wilco Boksebeld (tuinontwerper/hovenier)

dinsdag 27 september 2011


Meizoentje ,

Een mooi fris veld voor klaver en madelief.
Er stond een boom voor de schaduw. En een bosje voor de luwte.
Hier is het goed,  er lag een geel vlak in het gras.
Ik vouwde het doek uit en sloeg de haringen in het gras.
Wie stonden hier eerst, waar kwamen ze vandaan. Hadden ze spijt van deze plek.
Hadden ze aan de overkant willen staan.
Waren ze daarom weggegaan of was hun vakantie gewoon voorbij. Die ochtend maakte de zon het doek lekker warm. Die nacht hadden regendruppels luidruchtig al het ander geluid verjaagd. De dagen strijken voort langs zon, zee, weer en wind.
Naast ons is ook weer een geel vlak gekomen. De stempel van een gezinnetje.
Er huilt een baby in een tent er klimmen jongens in de boom, meisjes stampen in plassen.
Het gele vlak naast ons word al haast weer groen, opgelucht haalt het adem.
Maar dan ineens word hem weer de lucht ontnomen door een pap en een mam en vrolijke kinderen.
Klavertje houdt zijn hart weer vast en madelief blijft in haar knop.

Nog een paar dagen en we gaan weer naar huis.
Wie zal er op onze stempel gaan staan.
Wie kijkt er straks naar de boom.
Over een maand zullen de stempels zijn verdwenen en is het veld met zijn lappendeken weer groen geworden zijn.
Dan kan klaver zijn hart weer luchten en madelief bloeit vast op.

Arm klein meizoentje, zal iemand ooit je schoonheid zien?

Geschreven door Wilco Boksebeld (tuinontwerper en hovenier)